Over dit onderwerp lopen de meningen sterk uiteen. Sommigen zeggen “Meteen na het werpen controleren.” of “Het is genoeg als je pas op de 3e dag kijkt …”, en weer anderen vinden “Ik steek mijn neus in het hok en ‘ruik’ of alles in orde is, de natuur regelt dat wel.”
Ik doe het zo – en dat al 20 jaar – dat ik het nest zo vroeg mogelijk controleer. Als de voedster ’s nachts of ’s ochtends vroeg heeft geworpen en ik bij mijn ochtendronde langs de hokken het nest in haar hok zie, dan wordt het nest ook gecontroleerd. Ik kijk daarvoor eerst rustig naar de voedster. Misschien is ze nog niet klaar met de bevalling of is ze nog bezig met de nazorg; dan geef ik haar nog tijd om alles op orde te brengen.
Tot de nazorg na de geboorte horen onder andere:
- de nageboorte opeten: dat is heel belangrijk voor het moederdier, want die bevat waardevolle mineralen en sporenelementen die de voedster na de geboorte moet opnemen
- nestbouw: sommige voedsters bouwen hun nest pas als ze al geworpen hebben. Daarvoor plukken ze zacht haar van hun buik, achterlijf en borst. Daarbij leggen ze meteen ook de melklijsten vrij, zodat de jongen de tepels beter vinden.
- het hok schoon en op orde brengen: de voedster ruimt de sporen van de geboorte op (bloed, vruchtwater, …) en brengt alles weer op orde.
Het is belangrijk de voedster deze tijd te geven, want de geboorte is ook voor haar pijnlijk en uitputtend. Extra stress voor het dier moet je vermijden.
Als ik dan een met haar (wol) bedekt nest in het hok aantref en de voedster klaar lijkt met alle nazorg en een actieve indruk maakt, doe ik ook een nestcontrole.
Belangrijk vooraf: je handen moeten schoon en zo geurloos mogelijk zijn. Dat betekent dat je je handen vooraf niet met sterk geurende zeep hebt gewassen en ook niet hebt ingesmeerd. Verder kun je het best van tevoren een bak klaarzetten om de jongen tijdens de controle in te leggen. Dat kan bijvoorbeeld een kleine doos, een mand of een schaal zijn, waarin je wat strooisel uit het hok van de voedster en wat wol legt.
Is de voedster rustig en stoort ze zich er niet aan dat je in haar nest grijpt, dan kan ze gerust in het hok blijven. Is ze onrustig of agressief, dan kun je haar beter uit het hok halen en haar wat groente of fruit geven om haar bezig te houden. Als de voedster tijdens de nestcontrole in het hok blijft, kun je haar ook wat verse groente of fruit geven als afleiding en opkikker.
Nu concreet het verloop van de nestcontrole:
- de handen inwrijven met wat strooisel van het moederdier, om de geur van de voedster aan te nemen
- de wol voorzichtig van het nest nemen en opzijleggen
- de jongen een voor een uit het nest nemen en in de klaargezette bak leggen
- het nest helemaal leegmaken, eventueel dode jongen en resten van de nageboorte verwijderen
- vuil strooisel rondom verwijderen (om hygiënische redenen)
- het nest onderzoeken op verwondingen en de jongen tellen
- alle jongen weer terug in het nest leggen en met wol bedekken
- de werpdatum en de nestgrootte noteren en eventueel meer informatie vastleggen (doodgeboren, bij een voedmoeder gelegd, …)
Zet de voedster tot slot terug in het hok en controleer hoe vol de drinkfles of de waterbak is. Op de werpdag drinkt de voedster veel water, omdat ze bij de geboorte flink wat vocht heeft verloren. Ter ondersteuning kun je mineralen aan het water van de voedster toevoegen of lauwe thee geven (bijvoorbeeld venkelthee of borstvoedingsthee).
Ik controleer het nest om de paar dagen en kijk of de jongen allemaal gelijkmatig gezoogd worden, of dat er verschillen zijn en ik misschien sommige jongen nog eens apart bij de voedster moet aanleggen om te drinken.
Als de voedster goede moedereigenschappen heeft, hoef je verder niet in te grijpen en laat je alles aan haar over. Als fokker moet je nu vooral letten op een goede hokhygiëne en voldoende strooisel, en de voedster via het voer belangrijke vitaminen en mineralen geven (daarover komt nog een apart artikel).
